Nieuws/Binnenland
832070876
Binnenland

’Kamer en ministerie moeten ingrijpen om chaos op ons overvolle stroomnetwerk te voorkomen’

Den Haag - De Tweede Kamer en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moeten veel meer actie ondernemen in het verdelen van de schaarste op ons overvolle stroomnetwerk. De politiek moet nu snel bepalen welke bedrijven en sectoren plaats krijgen op het landelijke energienet. Dat betogen onderzoekers van bureau CE Delft donderdag in de Tweede Kamer. Omdat er geen regie is, vrezen zij ’willekeur’.

De experts waren door de Kamer gevraagd te duiden waarom in Nederland zoveel stroomvretende datacenters en energie-intensieve bedrijven oppoppen. Alleen Amsterdam verwacht de komende jaren al een verviervoudiging van de elektriciteitsvraag. Een van de redenen is de goedkope stroom, stelden onderzoeker Frans Rooijers en Katja Kruit vast. Uit hun analyse blijkt dat specifiek grootverbruikers megakortingen (tot 90 procent) krijgen op de transportkosten voor elektriciteit. Daardoor loopt de staatskas jaarlijks vele tientallen miljoenen mis.

„In tijden van schaarste is dat raar”, zegt Rooijers. „Het is nu niet zo dat wij groene stroom over hebben.” Hij doet de Kamer de suggestie om veel meer te prioriteren. In Nederland is het nu nog zo dat netbeheerders verplicht bij aanvragen een aansluiting moeten regelen. Zijn collega Kruit: „Het is nu: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. In tijden van schaarste kun je ook richtlijnen ontwikkelen welke aansluitingen prioriteit hebben en op welke plaats. Dat schaarstebeleid zou er niet alleen voor datacenters kunnen komen, maar voor alle sectoren.”

’Essentiële industrie’

Volgens de onderzoekers ontstaat er nu een groot risico op willekeur. Dat komt omdat elke provincie in Nederland nu eigenstandig probeert de schaarste te verdelen en in alle provincies andere belangen spelen, onder andere door lobby vanuit belanghebbenden. „Landelijke richtlijnen kunnen willekeur tegengaan”, stelden de onderzoekers.

In antwoorden op vragen van Kamerleden kraakten zij de veronderstelde positieve effecten van (grote) datacenters. Hoewel de onderzoekers aangeven dat datacenters een ’essentiële industrie’ is geworden, is dat ook een branche waar geen landelijke regie over is gevoerd. Dat leidde tot protesten, onder andere in Zeewolde en de Kop van Noord-Holland, waar nog datacenteruitbreidingen gepland zijn.

Onder andere de teruglevering van restwarmte is vaak technisch onmogelijk omdat de temperatuur te laag is. Ook leveren de datacenters weinig lokale werkgelegenheid op. Het valt de onderzoekers overigens op dat bedrijven die claimen volledige ’groene’ stroom te gebruiken, dat feitelijk niet zo is. Zij kopen vaak slechts groene certificaten. Die worden in Nederland volgens de onderzoekers vrijwel ’weggegeven’ zodat gepronkt kan worden met groene veren. „Maar met windenergie kun je niet altijd groen zijn, simpelweg omdat het niet altijd waait.” Volgens de onderzoekers zijn bij uitbreiding van nieuwe datahallen ook extra gascentrales nodig.